Wat heeft een eenmalige ontmoeting tussen een man en een vrouw in een winternacht, lang geleden alweer, met roofkunst te maken?
We leren Carl kennen als de jongeman en student fotografie die hij in het Utrecht van de jaren tachtig was. Duiken met hem en zijn vrienden, soms vluchtige contacten, onder in een tijd van vergetelheid die tal van vragen onopgelost liet. We volgen hem ten slotte naar Zuid-Frankrijk, waar hij, een vijftiger inmiddels, zich wil bezinnen om alsnog antwoorden op die vragen te vinden. Sleutelmomenten vormen een bezoek aan een gruwelplek uit de Tweede Wereldoorlog en het weerzien met zijn voormalige docent Patrick Rosier, een Fransman die zich heeft teruggetrokken op het platteland van de Haute-Vienne. Te midden van de stilte om hem heen wordt het verleden stukje bij beetje ontrafeld.
Schrijver en vertaler Paul Gellings in ‘Argus’: Er is bij Brouwer altijd sprake van een opmerkelijke precisie, poëtisch maar zonder stijlbloempjes.







