Toen ik in het voor- en najaar van 2023 gebruik mocht maken van het huis van een gastvrije collega op het platteland in Vienne-Charente, om er te werken aan mijn roman ‘Op alles wat ik ben’, vermoedde ik wel dat die omgeving ooit het decor zou vormen voor nieuw werk. Nu AFDRUK een feit is, kan ik verklappen dat veel van wat ik tijdens die bezoeken beleefde een plek kreeg in de nieuwe roman.
Het was een warm huis waar ik heb zitten werken, het had een grote tuin en een vijver, in het voorjaar lagen koolzaadvelden om de hoek, een geel golvend landschap waar ik fanatiek heb gefietst. In de herfst arriveerde ik er voor de tweede maal, in de stromende regen. ‘s Nachts spookte het om het huis, ‘s ochtends maakte ik een rondje om de vijver op zoek naar sporen van beverratten. De lichtheid en speelsheid die ik in het voorjaar had ervaren, weken al in die eerste herfstweek. De uitnodigende omgeving had plaats gemaakt voor een geslotenheid die zich historisch laat verklaren. Het landschap is, om met Armando te spreken, een ‘schuldig’ landschap. Het werd een belangrijk gegeven in AFDRUK.







