26/09/2026

Soms haalt de tijd de literaire werkelijkheid in. En soms blijkt die literaire werkelijkheid de actualiteit juist vóór te zijn geweest. Mijn voorlaatste roman Op alles wat ik ben balanceert, denk ik, daartussenin.
In juli 2019 publiceerde de Volkskrant een artikel over een opmerkelijke toenadering tussen rechtzinnige katholieken en de zogenoemde cultuurchristenen rond Forum voor Democratie.1) Die delen niet noodzakelijk hetzelfde geloof. Wat hen verbond, was het verzet tegen secularisering en progressieve maatschappelijke ontwikkelingen, én de overtuiging dat het christendom bepalend is geweest voor de identiteit van Nederland en het Westen.
Zeven jaar later duikt hetzelfde spanningsveld opnieuw op in de Volkskrant. In het artikel Katholischisma van zaterdag 19 september 2026 2) krijgt het een internationale dimensie en raakt het aan een conflict binnen het katholicisme zelf. En vanochtend kwam daar nog een bericht bij: een nieuwe generatie jongeren vindt haar weg naar Lourdes 3).
Daartussenin verscheen, in 2024, mijn roman Op alles wat ik ben (uitgeverij In de Knipscheer) 4).
Terugkijkend staat het boek nadrukkelijker midden in deze ontwikkeling dan ik zelf destijds zag. Maar je kunt in een boek de tijdgeest nog zo scherp willen raken – als je boek niet wordt opgemerkt, blijft ook zijn actualiteit grotendeels onzichtbaar.
Was bovengenoemde toenadering tussen rechtzinnige katholieken en de zogenoemde cultuurchristenen rond FvD werkelijk zo opmerkelijk, of werd hier een veel oudere historische onderstroom opnieuw zichtbaar? Op alles wat ik ben gaat over het laatste.

De samenwerking die in het artikel uit 2019 werd beschreven, bevat een paradox: rechtzinnige katholieken vinden aansluiting bij mensen die soms niet religieus zijn, maar zich wel ‘cultuurchristen’ noemen. In plaats van een geloof is het christendom dan vooral een identiteit geworden. Het dient als fundament onder een verhaal over onze cultuur, onze geschiedenis en ‘het Westen’.
Christelijke traditie wordt dus niet uitsluitend beleefd, maar ook politiek ingezet. En daar wordt het interessant. Want wie het christendom gebruikt om een westerse identiteit af te bakenen, moet onvermijdelijk antwoord geven op de vraag welke elementen uit die traditie hij dan omarmt. Zijn dat naastenliefde, barmhartigheid, zorg voor de vreemdeling? Of gaat het vooral om traditie, orde, familiestructuur, nationale identiteit en bescherming tegen een als bedreigend ervaren moderne wereld?
Dat spanningsveld loopt als een donkere ader door mijn roman Op alles wat ik ben. Daarbij komen loyaliteit en manipulatie in beeld, maar ook framing en geschiedvervalsing. En uiteindelijk de vraag wanneer datgene wat als waarheid, traditie of geloof wordt doorgegeven, niet langer voedt, maar vergiftigt.

Op het eerste gezicht heeft mijn roman een ander startpunt. Het hoofdpersonage Ellen groeit op in de jaren tachtig, in een katholieke omgeving waarin volwassenen haar vertellen wat waar is, wat fout is en hoe de wereld in elkaar zit. Geloof, familie, loyaliteit en gezag lopen door elkaar. Later, als journaliste, probeert Ellen te reconstrueren wat er in haar jeugd feitelijk is gebeurd. Wat werd voor haar verborgen gehouden, ‘verpakt in het kleed van devotie, met het masker van de Maagd Maria op’? En ook: was ze het kind van de rekening? Ellens zoektocht is er een met uitglijders, in haar werk, gezinsleven en in de liefde. Daarmee gaat mijn roman over meer dan katholicisme alleen: het gaat over de blauwdruk die volwassenen in een kind achterlaten. Over manipulatie en afhankelijkheid. En over de moeizame verovering van zelfbeschikking. De roman trekt die lijn bewust door naar het heden, en neemt de blauwdruk als uitgangspunt.
De wereld die ik schetste stond voor mij bovendien niet op afstand. Mijn oom, pater Herman Brouwer (1924–2008), was nauw betrokken bij de kring rond Ida Peerdeman, een bekende Amsterdamse Maria-zieneres en de Vrouwe van alle Volkeren. Binnen die kring gold hij als een autoriteit op het gebied van de Amsterdamse Mariaverschijningen. Zijn archief vormde later een bron voor het boek Valse schaamte van de conservatief-katholieke auteur Robert Lemm 5.
De literaire werkelijkheid in Op alles wat ik ben heeft daarmee ook persoonlijke wortels. Die nabijheid maakte mij nieuwsgierig naar de manier waarop geloof, gezag en netwerken kunnen doorwerken: binnen families, maar ook ver daarbuiten. Wat ik tijdens die zoektocht, samen met mijn personage, ontdekte, verraste me. Verbanden tekenden zich af die ik vooraf niet had kunnen bedenken. De werkelijkheid begon het verhaal steeds verder te voeden.

Het patroon zal inmiddels herkenbaar zijn. Dezelfde mechanismen waarmee een mens geleerd wordt een bepaald wereldbeeld voor vanzelfsprekend te houden, kunnen ook maatschappelijk en politiek worden ingezet. Dat wordt zichtbaar zodra ‘christelijke identiteit’ niet meer uitsluitend verwijst naar geloof, maar naar een politiek-historische voorstelling van Nederland en het Westen.
Juist daarom zijn de activiteiten rond Forum voor Democratie en zijn jongerenorganisatie relevant. Laten we elkaar niets wijsmaken: de zomerkampen van JFVD zijn geen vrijblijvende recreatieve bijeenkomsten. Ze maken nadrukkelijk deel uit van de politieke en ideologische vorming van jongeren, door middel van lezingen, gesprekken, training en verbinding.
Natuurlijk probeert iedere politieke, religieuze of maatschappelijke beweging ideeën over te dragen en nieuwe generaties te vormen. In mijn roman richt de kritische blik zich daarom niet alleen op extreemrechts gedachtegoed en de politieke vorming binnen JFVD, maar evenzeer op militante netwerken aan de linkerzijde en op bestuurders die inmiddels keurige posities bekleden, maar voor hun eigen ideologische vorming ooit naar Jemen afreisden. De vraag hoort volgens mij een andere te zijn: welk verhaal over geschiedenis en identiteit wordt iemand verteld, en hoeveel ruimte blijft er over om dat verhaal zelf kritisch te onderzoeken? Dat is ook een kernvraag van Op alles wat ik ben.

Tijdens het schrijven stuitte ik online op kritiek van activist en publicist Astrid Essed op Thierry Baudets omgang met de geschiedenis. Essed richtte zich tot de Universiteit van Amsterdam naar aanleiding van Baudets gesprekken en uitspraken over onder meer kolonialisme en slavernij. Zij verweet hem en Robert Lemm, die door verschillende bronnen ook wel de fluisteraar van Baudet is genoemd, een verdraaiing van de historische werkelijkheid. Ook anderen wezen op feitelijke problemen in Baudets historische uitspraken. Peter Storm schreef de UvA bijvoorbeeld een open brief waarin hij Baudets voorstelling van Troelstra en de gebeurtenissen van 1918 bekritiseerde.
Het ging mij als romanschrijver niet om de vraag wie in zo’n historische discussie gelijk heeft. Er lag een fundamentelere kwestie onder: wie bepaalt het verhaal waarmee een volgende generatie naar haar verleden kijkt? Dat raakte rechtstreeks aan de thematiek van mijn roman. Ellen gaat terug naar verhalen die haar als kind zijn verteld en onderzoekt vervolgens wat overeind blijft wanneer ze zelf bronnen raadpleegt, vragen stelt en mensen confronteert.
Wie bepaalt het verhaal waarmee een volgende generatie naar het verleden kijkt? Die vraag wordt volgens mij urgent zodra een gewenst identiteitsverhaal belangrijker wordt dan de weerbarstigheid van historische feiten.

Daarom is het opvallend om in 2026 opnieuw een Volkskrant-artikel over dit onderwerp te lezen. In Katholischisma is de vraag inmiddels niet meer alleen waarom conservatieve politici zich op het christendom beroepen; de strijd loopt dwars door het katholicisme zelf. Aan de ene kant staat een richting die houvast zoekt in traditie en een sterke christelijke identiteit, en die aansluiting vindt bij conservatieve politieke bewegingen. De Amerikaanse schrijver Rod Dreher is daarvan een invloedrijke vertegenwoordiger. Daartegenover staat de Tsjechische priester en theoloog Tomáš Halík, voor wie geloof juist niet bestaat uit het bouwen van steeds hogere muren rond de eigen identiteit. In zijn benadering vormen twijfel, dialoog en de ontmoeting met een seculiere samenleving geen nederlaag van het christendom, maar onderdeel van levend geloof.
Maar nieuw is die strijd binnen het katholicisme allerminst. De breuklijn tussen behoud en vernieuwing loopt er al decennialang, zo niet langer, dwars doorheen. De oude netwerken die ik in Op alles wat ik ben zichtbaar maak, waren destijds geen randverschijnsel. Ze oefenden invloed uit en verzetten zich tegen veranderingen die hun vertrouwde geloofswereld bedreigden. In mijn roman wordt de Mariacultus niet voor niets aangeduid als een ‘dansend lijk’: iets waarvan de levenskracht verdwenen lijkt, maar dat blijft bewegen en invloed uitoefenen. Ook de waarschuwing van de priesteroom – ‘Kind, doe het niet’ – krijgt die betekenis: zijn bezorgdheid heeft trekken van de inquisiteur die vernieuwing niet als ontwikkeling ziet, maar als ketterij die moet worden bestreden en bestraft.
Wat we in 2026 zien, is volgens mij niet het ontstaan van een nieuwe tegenstelling binnen het katholicisme, maar een oude breuklijn die in een nieuwe tijd en in een nieuwe politieke context opnieuw zichtbaar wordt. En precies daar raakt Katholischisma opnieuw aan de wereld van Op alles wat ik ben.

Dat werpt achteraf een iets ander licht op mijn roman. Ik schreef geen pamflet – heb ik ook niet gewild. Maar Op alles wat ik ben gaat wel over macht. Over de macht van verhalen. Over volwassenen die de toekomst wantrouwen en liever een weg teruggraven naar donkere tijden. Die bepalen wat een kind moet geloven en voedingsstoffen opdiepen die geen groei brengen. Een boek ook over loyaliteit en manipulatie. Over de vrijheid om uiteindelijk zelf te onderzoeken wat waar is – ook een wezenlijk onderdeel van opvoeding, lijkt mij. En over maatschappelijke en politieke bewegingen die eveneens proberen te bepalen vanuit welk verhaal wij naar onszelf, onze geschiedenis en anderen kijken.
Juist daarom is die verbinding tussen conservatief katholicisme en het huidige cultuurchristendom interessant. Niet omdat er iets mis is met de christelijke traditie, maar omdat geloof iets anders is dan een identiteitswapen. Wie zegt de christelijke beschaving te verdedigen, roept bovendien een lastige vraag over zichzelf af: welke christelijke waarden verdedigt hij dan precies? Van Halik is het inzicht dat grenzen tussen expliciet atheïsme en expliciete gelovigheid vervagen in onze moderne wereld: “bij ‘zogenaamde ongelovigen’ ziet hij vaak meer geloof dan bij ‘zogenaamde gelovigen.” Dreher zet de traditie van naastenliefde op de helling doordat hij eigen familie en eigen volk voorop stelt: “Wie vluchtelingen opneemt, laat na zijn ‘eigen mensen’ te beschermen en heeft zijn ‘echte naasten’ dus niet lief.”
Geloof als overtuiging en geloof als identiteitswapen: daarin ligt uiteindelijk de verbinding tussen het Volkskrant-artikel van 2019, mijn roman uit 2024 en Katholischisma uit 2026.

En dat is wat Op alles wat ik ben blootlegt: het verleden verdwijnt niet wanneer we het achter ons laten. Het wacht. Tot iemand het weer als toekomst aanbiedt.

 

1) Hoe rechtzinnige katholieken samen met ‘cultuurchristenen de strijd aanbinden tegen links -Hassan Bahara en Annieke Kranenberg in Volkskrant, 12 juli 2019
2) Katholischisma – Olaf Tempelman in de Volkskrant, 19 september 2026
3) Ook scholieren trekken naar Lourdes – Eline Huisman in de Volkskrant, 26 september 2026
4) Op alles wat ik ben – Peter Brouwer | Uitgeverij In de Knipscheer | roman | ISBN 978-94-93368-02-6 | 2024
5) Valse schaamte – Robert Lemm | Uitgeverij Aspekt BV | ISBN 9789463381833 | 2017